Wim van Boxmeer Kasteel Gouda

Geheim #58

Geheim #59 Geheim #57

Met de laarzen in de blubber door de gangen van Kasteel Gouda

Wim van Boxmeer | Ik ben nu tachtig jaar en woon de laatste veertig jaar ervan in Gouda, de helft van mijn leven dus. In die veertig jaren heb ik Gouda goed leren kennen, maar verwonder mij erover dat ik na al die jaren nog steeds onverwacht Goudse Geheimen ontdek. Meerdere van die geheimen hebben mij jaren geboeid, ook al omdat ik ze niet heb kunnen ontrafelen: de geheimzinnige gangen vanuit het Kasteel van Gouda onder de IJssel door naar de Krimpenerwaard en het gegeven dat Shakespeare in Gouda woonde, werkte en begraven zou zijn. Ik denk ook wel eens, net als bij het geheim van Loch Ness in Schotland, laat het maar geheimen blijven. Dat maakt het spannend; Goudse Geheimen blijven dan boeien. Maar toch steek ik van wal. In de negentiger jaren van de vorige eeuw was ik directeur van de VVV Gouda. Samen met de afdeling voorlichting van de Gemeente Gouda zochten we naar nieuwe wegen om de stad te promoten. Zo kwamen we in contact met Standaard Uitgeverij in Antwerpen en bespraken we met de tekenaars van de Studiovandersteen de mogelijkheid om een nieuw Suske en Wiske-Album uit te brengen dat zich in Gouda zou afspelen. Helaas voor ons bleken zij zoveel opdrachten te hebben dat we jaren zouden moeten wachten. We zijn toen wel in contact gebracht met de tekenaars van De Kiekeboes. Toen zij Gouda bezochten om een verhaallijn op te tekenen konden we hen vertellen over de pas ontdekte geheimzinnige gangen onder het voormalige Kasteel van Gouda die al generaties Gouwenaars in de ban hielden en stof opleverden voor menig sterk verhaal. Dat resulteerde bij Standaard Uitgeverij in deel 61 in de serie De Kiekeboes, een stripverhaal van Merho, onder de titel: De zes sterren. Reeds eeuwen doen geruchten de ronde dat onder het oude kasteel geheime gangen gelegen zouden hebben, die onder de IJssel doorliepen en die onder meer als vluchtweg gediend zouden hebben voor Jacoba van Beieren. Die gangen zouden ook verbonden geweest zijn met een of meer van de tien kloosters die de stad rond 1500 kende. Het bestaan van de gangen is tussen 1826 en 1938 veelvuldig onderzocht. Een echt bewijs voor het bestaan ervan is nooit gevonden, wel veel aanwijzingen. In het begin van de jaren tachtig ging aannemer Jo Smit op zoek naar de gangen onder zijn woning en ontdekte een tien meter lange gang. Vanaf 1990 heeft hij zijn zoekwerk serieuzer aangepakt en kreeg hij ook steun van een andere bewoner van de Punt, Jo van den Bergh, die vanaf 1988 ook onder zijn woning op zoek ging naar de gangen en ze ook vond. Zij groeven naar elkaar toe. Toen ze bij elkaar kwamen mocht het zoontje van de heer van den Bergh als eerste door een nauwe opening kruipen en was een circa dertig meter lange gang blootgelegd. Mooi detail is dat zij hun gangen aan elkaar konden voegen op dezelfde dag dat de Kanaaltunnel de verbinding tussen Frankrijk en Engeland tot stand bracht. Jo Smit zocht contact met de VVV Gouda. En zo stond ik met mijn laarzen in de blubber, de gangen hadden toen nog geen stenen vloer, om met eigen ogen te zien wat hij gevonden had. We bespraken met beide bewoners van de Punt hoe zij bereid waren in beperkte mate aan kleine groepjes te laten zien wat zij ontdekt hadden. In de jaren daarop kon het grote publiek tijdens de Open Monumentendagen de gangen bewonderen. Jo Smit en van den Bergh konden niet bewijzen dat zij de geheime gangen, waar in het verleden over gesproken werd, hadden blootgelegd. Zo lang het tegendeel niet bewezen is zullen velen willen blijven geloven in dit Goudse mysterie, het mysterie van de geheimzinnige onderaardse gangen, dat hopelijk nooit geheel zal worden opgelost. De werkelijkheid is immers nooit zo mooi als de droom.