De gewone Gouwenaar

Geheim #98

Geheim #99 Geheim #97

Een band met de stad

Wie was de gewone Gouwenaar?

Coretta Bakker | Tegenwoordig worden alle levens heel accuraat geregistreerd; van iedere gewone burger valt informatie te achterhalen. Vroeger was dat niet zo. Van rampjaar 1672 zijn het alleen de verhalen van bijzondere mensen die worden verteld. Toch ben ik altijd benieuwd geweest naar de gewone Gouwenaar uit die tijd. Voor mij schept dit soort van een band met de stad waarin ik leef.

Hoewel geboortes en sterfgevallen toen nog in geen enkel archief werden opgeslagen, werd dit door kerken wel gedaan met ieders’ doop en begrafenis. Voor Gouda betekende dat de Sint-Janskerk dit eeuwen heeft bijgehouden. Om mijn nieuwsgierigheid te stillen heb ik die boeken onderzocht. Zo’n onderzoek brengt je dichter bij de mensen uit het verleden. Namen zoals Piet, Jan en Arie zijn nu nog heel gewoon, maar ik kwam ook Lijntje, Zwaantje en Zoetje tegen. Deze namen komen niet meer voor, wat zonde is want ze klinken echt heel lief, toch?

Naast alleen een verandering in naamgeving kon ik nog meer interessante conclusies trekken. Het viel me op dat veel kinderen gedoopt werden in de kerk wiens ouders niet uit Gouda kwamen maar uit omliggende dorpen. Ik denk dat veel mensen naar de stad trokken in de hoop veilig te zijn voor als de Fransen zouden komen. Ook kon ik uit de aantekeningen over de dopen opmaken dat vaders vaak absent waren. De reden werd kort omschreven en was vaak: ‘soldaat’ of ‘soldaat op zee’. Veel Goudse mannen dienden blijkbaar in het Staatse leger.

De begrafenisboeken bleken veel beknopter dan de doopboeken. Er werd in die tijd weinig aandacht besteed aan begrafenissen. Rijke mensen kregen weliswaar een kleine ceremonie en werden in de kerk begraven, arme mensen werden geheel willekeurig begraven zonder grafsteen. Eens in de zoveel tijd werd dit enorme graf geruimd en zo werd er plaatsgemaakt voor nieuwe lichamen.

Uit de grafboeken kon ik tot mijn verbazing afleiden dat 1673 wellicht een groter rampjaar was voor Gouda. Voor dat jaar pasten de maandelijkse sterfgevallen steeds op een halve pagina. Vanaf december 1672 tot september 1673 stegen die aantallen echter tot wel drie à vier volle pagina’s per maand. Wat hier de oorzaak van is staat opgeschreven in het verhaal bij Catherina Gasthuis. Wat in ieder geval duidelijk wordt is dat mensen veel verdriet hebben moeten verwerken.

Al met al vind ik het bijzonder om aan (deze) geschiedenis te denken, terwijl ik rondloop op diezelfde plaatsen in de stad.