Shakespeare

Geheim #57

Geheim #58 Geheim #56

Is Shakespeare in Gouda begraven?

Wim van Boxmeer | Ruim vijftig jaren lang was ik een verwoed pijproker. Door sommigen werd ik zelfs de “man met de pijp” genoemd. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik – toen ik bij de VVV Gouda werkte - bijzondere belangstelling kreeg voor een van de oudste Goudse producten: de Goudse pijp. De eerste stenen pijpen werden, voor zover bekend, in de loop van de zestiende eeuw in Engeland vervaardigd. Veel pijpenmakers vluchtten om geloofs- of politieke redenen onder de regering van Jacobus de eerste (1603- 1615) naar de Lage Landen en verhuurden zich als soldaat in het leger van Prins Maurits. De soldij was karig en zij konden zich vaak alleen staande houden dank zij een bijverdienste en dat was het maken van pijpen. In het Amsterdamse Gemeentearchief is een akte gevonden uit 1611 waaruit blijkt dat we in Nederland pijpenmakers kenden. In die akte draagt ‘William Jorresson Boyeseman, Engelsman, boeckdrucker ende tabackpypmacker’ enige rechten over. De oudste bekende Goudse pijpenmaker is ook uit Engeland afkomstig: William Baernelts, in het Goudse Archief Willem Barentsz genoemd. Toen die als huursoldaat in het leger van Maurits in een Gouds garnizoen gelegerd was, ontdekte hij de vele Goudse pottenbakkerijtjes en nam hij zijn oude vak als pijpenmaker weer op. Hij startte zijn bedrijfje in 1617. Vanaf 1630 tot 1750 was de pijpenindustrie in Gouda de belangrijkste in Nederland. In zijn boek ‘De geschiedenis van de pijpmakerij te Gouda’ noemt aardenwerkfabrikant D.A. Goedewaagen pijpenmaker Willem Barentsz ‘een opvallend figuur’. Dat was voor hem ook aanleiding een diepgaande studie in te stellen met een verrassend resultaat. Goedewaagen vroeg zich tijdens een lezing op 8 oktober 1954 af ‘Is William Baernelts wellicht identiek aan William Shakespeare?’. Tien jaar later vertelde Goedewaagen aan Elseviers Weekblad (14 en 21 maart 1964): “Het kan niet anders, maar onze Goudse pijpenmaker William Barentsz is William Shakespeare’, waarvoor hij vervolgens een groot aantal bewijzen aandroeg zoals het gegeven dat de gevluchte Baernelts in Gouda als merk voor zijn pijpen de Engelse Tudorroos droeg. In 2016 ging de Gouwenaar Harry Veenendaal nog een stapje verder dan Goedewaagen en beweerde: ’Shakespeare verbleef in Gouda, zijn werk is hier gedrukt en hij is mogelijk begraven in de Sint-Janskerk’. Veenendaal noemde dat een ontdekking die grenst aan Dan Brown-achtige ontdekkingen. Hij heeft daarvoor vele aanwijzingen aangedragen. Als dat zou kloppen is Shakespeare niet op 23 april 1616 gestorven, zoals vermeld staat in het kerkregister in Stratford, maar in 1625 in Gouda en mag Gouda, naast beroemde Gouwenaars als Erasmus en Coornhert, nog een beroemdheid tot zijn stadgenoten rekenen. Vooralsnog blijft het verhaal over Shakespeare een geheim, maar het is een mooie gedachte. Zo’n geheim moet je koesteren.