Oranje Nassau 1

Geheim #87

Geheim #88 Geheim #86

Jan Furre was mijn held

Kees Lakerveld | Op 2 juni 1943 ben ik geboren als kind van een Duitse soldaat. Slechts drie uur nadat ik ter aarde was gekomen werd ik afgestaan aan mijn zeer dierbare pleegouders, die ik mijn ouders noem. Mijn ouders woonden op de Bogen 35 in de schoenmakerij van Kees de Jong. De ingang van het huis was in het Zwaansgat. Op deze plek heb ik mijn eerste acht jaren geleefd, daarna zijn we verhuisd naar de Vest 111.

Dit klinkt allemaal vrij normaal, helaas is mijn verhaal en herinnering aan Gouda niet zo normaal. Na de oorlog ging ik een zware tijd tegemoet. Ik werd zowel door de kinderen als door vele ouders vaak uitgemaakt voor “mof” of er werd ”rot op naar je Heimat!” geroepen. Ik begreep nooit waarom mensen mij op die manier lastig vielen. Pas toen ik een jaar of 13 was is mij verteld dat ik het kind van een Duitser was. Inmiddels woonde ik met mijn ouders in de Bockenbergstraat 20, waar de discriminatie gewoon doorging, en wist heel Gouda waar ik vandaan kwam, behalve ik.

Ik vond een eigen manier om met discriminatie om te gaan, namelijk door een rood driehoekje op mijn kleding te dragen. In de concentratiekampen waren deze bestemd voor de politiek gevangenen. Met dit symbool wilde ik een standpunt innemen tegen racisme en discriminatie.

Ondanks deze zwarte bladzijde, of misschien wel hoofdstuk, over mijn levensverhaal in Gouda heb ik ook een warme gedachte aan de stad. Op mijn 15e maakte ik een bijzondere vriend aan wie ik vele dierbare herinneringen heb. Ik werd bevriend met de Goudse fotograaf Jan Furre. Hij fotografeerde van alles en deed dat met een kast en een groot doek.

Ik heb Jan leren kennen door mijn vader. Op de markt liepen ze elkaar tegen het lijf. Een band ontstaan door het pruimen van tabak. Op aanraden van mijn vader maakte Jan een foto van mij. Om mij op mijn gemak te stellen voor de camera stelde Jan mij een paar vragen. Net na de foto vertelde ik hem, heel globaal, hoe mijn jeugd eruit heeft gezien. Waarom ik dat zo makkelijk tegen hem deed weet ik niet, hij was zeker een jaar of dertig á veertig ouder dan ik. Maar hij kwam zo vriendelijk over dat ik mij geen zorgen maakte.

We spraken af dat wanneer we elkaar tegen kwamen in de stad we altijd een momentje zouden nemen om te ‘ouwehoeren’, zoals hij dat zo mooi noemde. In Jan vond ik zo mijn nieuwe vriend. Wanneer er weer verhalen te ronden gingen over mijn afkomst zei Jan ‘neem een voorbeeld aan je vader. Hij en je moeder hebben je in huis genomen, omdat zij vinden dat iedereen gelijk is en we met en voor elkaar klaar moeten staan.’

Ik heb dat goed in mijn oren geknoopt en geprobeerd dat in mijn verdere leven te doen. Met een blij gevoel denk ik terug aan Jan. Wat een fijne man was dat.