Punselie1

Geheim #15

Geheim #16 Geheim #14

Het ruitje met een druppel stroop

Hoe kwam het Punselie’s koekje aan zijn naam?

Ron Punselie | Ik ben Ronald Punselie, de derde generatie die leidinggeeft aan de koekjesbakkerij Punselie in de binnenstad van Gouda. Als kleine jongen liep ik al rond in de fabriek van mijn opa en daarna mijn vader. Bij familiebedrijven is het gebruikelijk dat je vaak naar de fabriek gaat, dus je kunt wel raden dat ik hier met mijn 66 jaar aan ervaring een aantal Goudse Geheimen over kan vertellen. Er waren altijd veel mensen aan het werk, en als kleine jongen werd ik door hen verwend. Zo mocht ik op schoot zitten en kreeg ik weleens een snoepje of wat anders lekkers. Mijn opa was lid van de Sin-Janskerk en de koster, die die normaal altijd stroopwafels weggaf tijdens een uitvoering, vroeg ons om te helpen toen er geen geld was voor een koek. De koster vroeg toen: Heb jij niet iets voor deze keer? Wij maakten toen nog allerlei soorten koeken maar geen stroopwafels. Omdat we de koster wilden helpen pakten we ons eigen ruitje, leenden wat stroop van de andere stroopwafelbakkers uit de stad en plakte zo de twee ruitjes aan elkaar. Onze eigen versie van de stroopwafel ging zo naar de Sint-Janskerk toe. Maar mijn vader kennende, die mijn opa hielp bij deze vraag, maakte altijd wat meer dan nodig was. Dus de overige stroopkoeken gingen naar de familie Heijn, nu bekend als Albert Heijn supermarkt, in kleine bruine zakjes. En na een aantal weken vroegen opa en oma Heijn of wij nog meer van die koekjes hadden. En zo is het eigenlijk heel langzaam begonnen dat mijn vader zei van, toen die vraag ontstond, ik ga al die andere koekjes wegknippen uit ons assortiment en ik ga me concentreren op dat ene koekje – wat nog geen neem had. Er werden vervoglens hele discussies gevoerd daar aan de tafel bij familie Heijn; hoe noemen we dat koekje nou? Toen zei oma Heijn: “Nou ik denk gewoon Punselie’s.” Ik denk dat oma Heijn daar best wel pienter in was.